Zintuigen geven direct een lichamelijke reactie.
We weten allemaal wel dat als we ergens binnenkomen en we ruiken de geur van die heerlijke soep die we thuis aten, dat het water ons bijna in de mond loopt. Of als het ruikt naar de frisse geur van buiten of naar die heerlijke bloemen of wat dan ook we ons even buiten wanen of terugdenken aan het moment waarop we dat ook roken. Of als we bepaalde muziek horen of een speciaal liedje, of we proeven een bepaald gerecht of een lievelingsdrankje of we voelen weer die zachte huid van een baby. Ook kan een mooie zonsondergang je doen huilen omdat het je herinnert aan de laatste wandeling met een dierbare die je mist.
Dit werkt jammer genoeg ook voor de negatieve ervaringen
Dit werkt niet alleen zo voor positieve en fijne ervaringen, het werkt ook zo voor de negatieve ervaringen. Verdrietige, nare, traumatische gebeurtenissen, ruzies, mishandeling, eenzaamheid, pesten, noem het maar op, dit wordt opgeslagen in ons lichaam. We ervaren en beleven ze opnieuw als een geur of een geluid of een beeld of een smaak of een aanraking ons triggert en ons onbewust raakt. Ook kan de gedachte eraan ons alweer in de beleving brengen, zodat we ons depressief en lichamelijk slecht kunnen gaan voelen.
Al onze ervaringen slaan we op in ons brein en in ons lichaam
Bijvoorbeeld: je bent 7 jaar en onderweg naar school komt er opeens een grote hond op je af, je schrikt je te pletter en je rent verder naar school. Op school is het gezellig en de dag begint, je vergeet wat er gebeurd is. Alles is weer zo’n beetje bij het oude tot je met je ouders op bezoek gaat bij vrienden. Daar hebben ze een grote hond en je bent helemaal in paniek. Niemand begrijpt het, het is toch zo’n lieve hond en je was nooit bang voor honden. Nou nu wel!
Vraagt een vriendin aan mij: “Snap je dat nou? Ben ik op een geweldig concert en begin ik te huilen als ik een mooi liedje hoor.” “Ja zeg ik, dat snap ik”.
Verbinding maken met het emotionele niveau, hoe doe je dat nu?
Dit doe je door de taal van het rechterbrein te gebruiken en eerst verbinding met het rechterbrein te maken. De taal van het rechterbrein is: non-verbaal, beelden, emotie, vormen, kleuren, symbolen, muziek, beweging.
Als een kind overstuur is kan dit door aanraken, vasthouden, uithuilen of er gewoon zijn. Ook kun je het kind een glaasje water geven. Woorden komen pas binnen als er innerlijk rust is gekomen.
Geef aandacht aan de pijn of aan het verdriet of aan de boosheid. Benoem het maar vraag niet: “Wat is er hier gebeurd?”. Dat komt als de rust is weergekeerd.
Als ik begin met een sessie begin ik met het neerleggen van een tekenvel, met kleurtjes en kaartjes met leuke plaatjes en verder niets. Ik doe dat om verbinding te maken. Ik hoef niet te weten wat een kind allemaal niet kan, ik wil graag weten wie het kind is en waarom het doet wat het doet. De klacht is niet de ingang, het verhaal achter de klacht is het belangrijkste. Daarom wil ik eerst verbinding met het kind maken voor we überhaupt iets gaan doen. Meestal lukt me dat goed en teken ik zelf soms eerst wat. Bv een emoji of een ster of wat dan ook.
Kinderen leren dat vervelende gevoelens er ook mogen zijn
Belangrijk is het dus om kinderen te leren dat vervelende gevoelens er mogen zijn. Je kunt kinderen dat leren door ernaar te vragen. Als je een kind bijvoorbeeld vraagt: “Had je een goede dag?”, dan krijg je een ja of een nee antwoord en is het gesprek afgelopen. Nog korter kan ook door te vragen: “Hoe was je dag”? “Oh goed”. Je krijgt dan geen informatie en je stimuleert het kind ook niet om na te gaan wat er goed of leuk was of wat er fout ging of vervelend was.
Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen: “Wat was het leukste vandaag?” of “Wat vond je fijn vandaag?” en daarna “Zijn er ook vervelende dingen gebeurd vandaag?” Hierdoor stimuleer je het kind om zich te uiten en na te denken en zich te herinneren wat er zoal is gebeurd.
Vertel zelf als ouder of opvoeder ook over je dag en wat fijne en vervelende momenten waren. Zo leren kinderen dat er leuke en minder leuke of vervelende dingen kunnen gebeuren en dat ze erover mogen praten. Dit zorgt voor verbinding.
Goed voorbeeld doet goed volgen – verkeerd voorbeeld doet verkeerd volgen
We hebben spiegelneuronen en kinderen leren in eerste instantie van hun ouders en hun opvoeders. Daar zijn ze afhankelijk van en daar spiegelen ze zich aan. Als je als ouder huilt omdat je je verdrietig voelt over iets en dit aan je kind vertelt en uitleg geeft over het hoe en waarom, dan leren kinderen dat ze mogen huilen als iets verdrietig is. Als je je als ouder onmachtig of boos voelt over iets en een kind vraagt, “Is er iets mam of pap?” en je zegt “Nee hoor”, dan leren ze ontkennen. Als ouders zeggen als iemand sterft of ernstig ziek is “Wij zijn sterk”, dan leert het kind sterk te zijn in moeilijke situaties. Het is dus belangrijk dat je als ouder naar je eigen manier van omgaan met emoties kijken. Ontken je als ouder je emoties, of vind je het moeilijk emoties te uiten, dan leert je kind dat ook. Verdriet, angst en boosheid hoort bij het leven en je kind leert van jou als ouder hoe daarmee om te gaan.
Door ’s avonds voor het slapen gaan de dag door te lopen leer je kinderen ook herinneringen op te halen.
Het is leuk om ‘s avonds voor het slapen gaan samen met je kind de dag door te lopen. Je kunt dit al doen met peuters en jonge kinderen. Hoe was jouw dag vandaag? Wat heb je gedaan, wat was er leuk vandaag? Waren er ook minder leuke of vervelende dingen? Je kunt beginnen bij de ochtend en dan door de dag gaan of je kunt vanaf het moment dat ze naar bed gaan terugkijken tot aan het moment dat ze wakker werden.
Alle oefeningen die ik aanbied zijn oefeningen die volwassenen voor zichzelf kunnen doen of samen met hun kinderen.
Bij het doorlopen van de dag kun je de volgende oefening gebruiken.
OEFENING: VOOR- ACHTERHOOFD AANRAKING[5] (V.A.A.)
Voor- Achterhoofd Aanraking is een oefening die je kunt doen om van binnen rustig te worden, om te kalmeren. Om weer helder te kunnen denken en alternatieven te bedenken.
Voordelen van de oefening:
- Op het moment dat ze een stressvolle situatie meemaken kunnen ze deze oefening zelf gebruiken als ze alleen zijn. Voor zichzelf of voor andere kinderen.
- Door deze oefening leren ze dat ze zelf invloed uit kunnen oefenen op hun emoties.
- De oefening zorgt er ook voor dat zich de dagelijkse vervelende situaties niet vastzetten in ons lichaam.
- Voor jezelf als ouder is het sowieso ook fijn om voor het slapen je dag even door te lopen en V.A.A. te doen.
Terwijl je met je kind de dag doorloopt maak je gelijk van de gelegenheid gebruik om ze deze oefening te leren. Als ze deze op een ontspannen manier leren en ervaren dan zullen ze deze makkelijker gebruiken als er stressvolle situaties zijn. Mochten er momenten zijn gedurende de dag die misschien niet zo prettig of vervelend waren dan leren ze zelf hoe je van een naar gevoel weer een rustiger gevoel of fijner gevoel kunt maken. Daarbij verminder je de invloed van dagelijkse spannende of stressvolle momenten.
Bij baby’s en peuters hou jij als volwassene het hoofdje vast. Sommige oudere kinderen vinden het ook wel fijn als jij als ouder hun hoofd vasthoudt voor ze in slaap vallen. Doordat je ze de oefening op een relaxte manier leert is het in stressvolle situaties makkelijker om hun hoofd(je) vast te pakken. Kennen ze de oefening niet dan is het de eerste keer vaak lastig om deze oefening ‘zomaar’ te gebruiken. Zeker bij stress is het dan lastig, omdat troost belangrijk is en het hoofd vasthouden dan niet altijd helpt. Het is afhankelijk van de leeftijd en de situatie. Kennen ze de oefening al dan kun je vragen: “Mag ik nu je hoofd vasthouden?”
Voorbeeld van een leerkracht hoe kinderen de oefening bij elkaar doen
Nadat een leerkracht van groep 2 deze oefening aan zijn groep geleerd had, was er op het schoolplein een kindje gevallen. Een ander kindje ging erbij zitten, deed voor- achterhoofd aanraking bij het kindje dat gevallen was en zei “Adem maar rustig door, het komt goed hoor.” Hoe mooi is dat.
V.A.A. doe je door één hand op je voorhoofd en één hand op je achterhoofd te leggen en rustig door te ademen. Maakt niet uit welke hand je op het voorhoofd of achterhoofd legt. Wat voor jou het prettigste voelt.