1 Kinderen en emoties

VERBINDING is het sleutelwoord als het gaat over kinderen en emoties. Bij een kind dat van streek is, is het belangrijk om eerst verbinding te maken met het emotionele niveau. Het heeft helemaal geen zin om een gesprek te beginnen als een kind in de emotie zit; er zijn en emotionele verbinding maken doe je eerst, daarna komt het gesprek en het verwoorden van wat er gaande is. (Dit geldt trouwens ook voor volwassenen.)

Emoties zijn er om ons te helpen!

Als het gaat om het leren omgaan en het leren uiten van emoties is het belangrijk om te weten dat emoties er zijn om ons te helpen. Nog belangrijker, het is onze eerste taal! We voelen voor we denken. Emoties zijn er om je te uiten. We huilen als we ons verdrietig voelen, we lachen als we ons blij en vrolijk voelen, we zijn boos als we grenzen aan willen geven of als er niet geluisterd wordt, angstig als we ons bedreigd of onveilig voelen. Alle emoties zijn er om ons te helpen.

We voelen al emoties in de baarmoeder.

Vanaf het eerste moment in de baarmoeder bewegen we mee met onze moeder. Als zij verdrietig is voelen we dat, als ze blij is voelen we dat. Dit heeft een enorme impact op ons gedrag van later.

WATER IS LEVENSELIXER

Water drinken is belangrijk en zorgt ervoor dat stresshormonen doorspoelen. Laat je kind bij stress altijd een glas water drinken en geef het een mooie waterfles.

Het belang van emotionele ervaringen

Het kinderbrein is volop in ontwikkeling en maakt voortdurend nieuwe verbindingen. Het is belangrijk dat een kind emotionele situaties meemaakt en ermee om leert gaan omdat het daarmee nieuwe verbindingen maakt in het brein[1]. Als een kind veel verbindingen maakt kan het weerbaar en evenwichtig in het leven staan. Kinderen kunnen al op heel jonge leeftijd leren met emoties om te gaan[2].

De uitdaging voor iedere ouder is om te leren hoe je van een moeilijke/emotionele situatie gebruik kunt maken om je kind iets te leren. Belangrijk is dat volwassenen, ouders, opvoeders, leerkrachten en iedereen die met kinderen werkt of te maken heeft, hen hierin helpen. Een baby is emotioneel prematuur[3] en baby’s hebben ons nodig om met hun emoties om te leren gaan en deze te leren uiten.

Ik hanteer twee basisregels in het leren omgaan met emoties

Basis regel 1: het verschil tussen VOELEN en ZIJN

Kinderen leren praten in gevoelstermen

Als kinderen iets overkomt identificeren ze zich vaak met hun emotie, ze worden de emotie. ‘Ik ben alleen, ik ben niks waard, ik ben een stommeling, ik ben…….’

Het is belangrijk om het verschil te leren tussen een emotie zijn en een emotie voelen. Vaak praten we in zijnstermen als het over onze gevoelens gaat.

Dus in plaats van

“Ik ben boos” zeg je: “Ik voel me boos”
“Ik ben bang“ zeg je: “ik voel me bang.”

Als we zeggen: “ik ben bang”, dan identificeren we ons met de angst. Iets wat je bent is een zijnstoestand en is niet te veranderen. Zeggen we in plaats daarvan “ik voel me bang”, dat is veranderbaar, het geeft erkenning en beweging.

Basis regel 2: het verschil tussen WEL / NIET

Aandacht richten en je focussen op wat je wel wilt i.p.v. op wat je niet wilt

Dit is ook heel belangrijk in het leren omgaan met emoties.

Vaak hebben we de neiging om een zin zo te formuleren dat het benadrukt wat we niet willen, bv “dat wil ik niet vergeten”. Hierbij gaat de aandacht naar vergeten. Verander je dit in: “dat wil ik wel onthouden” dan gaat de aandacht naar onthouden.

Ook bij emoties hebben we die neiging. Bijvoorbeeld:” ik wil me niet verdrietig voelen, de aandacht gaat dan naar je verdrietig voelen”. Als je verdrietig bent over iets bent wees dan ook verdrietig, laat het zien, uit het. Anders richt je aandacht op wat je wel kunt doen om je blijer te voelen.

Wees duidelijk in wat je wilt,

“Ik wil graag dat jullie rustig lopen” i.p.v. “Niet rennen”.
“Ik wil dat jullie zachter praten” i.p.v. “Niet schreeuwen”.
“Denk eraan om uit te checken” i.p.v. “Niet vergeten om uit te checken”. (geintje, openbaar vervoer)

HOE EMOTIES ONTSTAAN

Hieronder volgt eerst uitleg over het brein, de zintuigen en het ontstaan van emoties. Dan wordt het een stuk duidelijker hoe je verbinding met het emotionele niveau kunt maken. Hoe emoties ontstaan is een ingewikkeld proces, ze ontstaan via onze zintuigen, onze gedachten, ons voorstellingsvermogen en onze ervaringen.

Het brein

Als een baby geboren wordt is het benedenbrein klaar. Het bovenbrein moet zich verder ontwikkelen. Het bestaat uit de cortex en de twee hersenhelften. De hele ontwikkeling van het brein duurt tot we midden twintig zijn. De taal van een baby en een jong kind is emotie, voelen, aanraken, lachen, huilen.

Het hele brein weergegeven in de vorm van een huis[4]

HET BOVENBREIN – de bovenverdieping – het integratie brein – de cortex – bewustzijn

Is zeer complex, het zorgt voor concentratie, tot jezelf komen, mogelijkheden of oplossingen bedenken, zelfbewustzijn, normbesef en empathie.

HET BENEDENBREIN bestaat uit
het woongedeelte – het limbisch systeem – emoties

  • Hier ontstaan de grote emoties en de wanorde als je het echt niet meer weet. Het dak gaat er zogezegd dan af.

DE KELDER – het overlevingsbrein

  • Het reptielenbrein en het cerebellum, het wordt actief als er gevaar is, of als we denken dat er gevaar is. Het wil ons tegen gevaar beschermen en geborgenheid geven.

Als het dak eraf gaat, kaapt het benedenbrein het bovenbrein zodat we niet meer helder kunnen denken!

Het hele bovenbrein, de bovenverdieping, bestaat uit de cortex en deze bestaat uit de rechter- en de linkerhersenhelft met in het midden de hersenbalk. Deze ontwikkelen zich na de geboorte. Baby’s en kinderen zijn fysiek en emotioneel volledig afhankelijk van volwassenen en hebben onze hulp nodig bij deze ontwikkeling.
De rechterhersenhelft zie je op dit plaatje links en de linkerhersenhelft zie je rechts. Lastig misschien maar zo zie je het brein als iemand tegenover je staat


HET RECHTERBREIN

  • De eerste jaren is het dominant tot verbale taal begint
  • Kent onze emoties en hun verbinding met het lichaam
  • Denkt in beelden
  • Is creatief
  • Kent samenhang
  • Is nieuwsgierig
  • Neemt risico’s
  • Is verantwoordelijk voor zijn en voelen
  • Zorgt voor spierbewegingen van de linkerkant van het lichaam
  • De eerste jaren is het dominant tot verbale taal begint
  • Kent onze emoties en hun verbinding met het lichaam

De taal van het rechterbrein is: non-verbaal, beelden, emoties, vormen, kleuren, symbolen, muziek, beweging.

HET LINKERBREIN

  • Denkt in volgorde en woorden
  • Controleert en beperkt
  • Kent de feiten en details
  • Is bang voor verandering
  • Houdt van veiligheid
  • Is verantwoordelijk voor doen en denken
  • Zorgt voor spierbewegingen van de rechterkant van het lichaam
  • Wordt dominanter als een kind gaat praten

De taal van het linkerbrein is: verbaal, feiten, theorie, kennis, logica, orde en patronen

Vragen naar gevoelens en verbinding maken doe je door ‘Hoe’ vragen
Door te vragen:  “Hoe was dat voor jou?” of “Hoe voelt dat voor jou?” maak je verbinding met het gevoel. Rechterbrein gerichte vragen.

Vragen naar feiten doe je door Wat en Waarom vragen.
De vraag “Wat voel je?” brengt je in je hoofd. Zo maak je geen verbinding met het gevoel. Dit zijn linkerbrein gerichte vragen. Deze stel je pas als de rust is weergekeerd. Wat is er gebeurd, wat is er …………?

De zintuigen en het ontstaan van emoties

Onze zintuigen spelen een belangrijk rol in het ontstaan van onze emoties. Onze emoties zijn een innerlijke reactie als gevolg van ons denken, onze fantasie en van de prikkels die we via onze zintuigen horen, zien, proeven, voelen en ruiken binnen krijgen. Deze innerlijke reactie is een samenspel van ons brein, ons zenuwstelsel en ons lichaam. Eenvoudig gezegd worden onze emotionele reacties aangestuurd door sensorische informatie.

De vijf klassieke zintuigen die meespelen zijn:

Neus: ruiken / geuren
Mond: proeven / smaak
Huid: tastzin / voelen / aanraken
Ogen: zien / visuele waarneming / beelden
Gehoor: horen / geluiden / muziek

Het zesde zintuig wordt vaak omschreven als paranormale gaven. Ik noem dat onze extra zintuigelijke waarneming via onze telepathie, intuïtie en helderziendheid en je onderbuikgevoel. Anderen noemen het ook wel buitenzintuigelijke waarneming. Ik noem het ons persoonlijke internet.

Zintuigen geven direct een lichamelijke reactie.

We weten allemaal wel dat als we ergens binnenkomen en we ruiken de geur van die heerlijke soep die we thuis aten, dat het water ons bijna in de mond loopt. Of als het ruikt naar de frisse geur van buiten of naar die heerlijke bloemen of wat dan ook we ons even buiten wanen of terugdenken aan het moment waarop we dat ook roken. Of als we bepaalde muziek horen of een speciaal liedje, of we proeven een bepaald gerecht of een lievelingsdrankje of we voelen weer die zachte huid van een baby. Ook kan een mooie zonsondergang je doen huilen omdat het je herinnert aan de laatste wandeling met een dierbare die je mist.

Dit werkt jammer genoeg ook voor de negatieve ervaringen

Dit werkt niet alleen zo voor positieve en fijne ervaringen, het werkt ook zo voor de negatieve ervaringen. Verdrietige, nare, traumatische gebeurtenissen, ruzies, mishandeling, eenzaamheid, pesten, noem het maar op, dit wordt opgeslagen in ons lichaam. We ervaren en beleven ze opnieuw als een geur of een geluid of een beeld of een smaak of een aanraking ons triggert en ons onbewust raakt. Ook kan de gedachte eraan ons alweer in de beleving brengen, zodat we ons depressief en lichamelijk slecht kunnen gaan voelen.

Al onze ervaringen slaan we op in ons brein en in ons lichaam

Bijvoorbeeld: je bent 7 jaar en onderweg naar school komt er opeens een grote hond op je af, je schrikt je te pletter en je rent verder naar school. Op school is het gezellig en de dag begint, je vergeet wat er gebeurd is. Alles is weer zo’n beetje bij het oude tot je met je ouders op bezoek gaat bij vrienden. Daar hebben ze een grote hond en je bent helemaal in paniek. Niemand begrijpt het, het is toch zo’n lieve hond en je was nooit bang voor honden. Nou nu wel!

Vraagt een vriendin aan mij: “Snap je dat nou? Ben ik op een geweldig concert en begin ik te huilen als ik een mooi liedje hoor.” “Ja zeg ik, dat snap ik”.

Verbinding maken met het emotionele niveau, hoe doe je dat nu?

Dit doe je door de taal van het rechterbrein te gebruiken en eerst verbinding met het rechterbrein te maken. De taal van het rechterbrein is: non-verbaal, beelden, emotie, vormen, kleuren, symbolen, muziek, beweging.

Als een kind overstuur is kan dit door aanraken, vasthouden, uithuilen of er gewoon zijn. Ook kun je het kind een glaasje water geven. Woorden komen pas binnen als er innerlijk rust is gekomen.

Geef aandacht aan de pijn of aan het verdriet of aan de boosheid. Benoem het maar vraag niet: “Wat is er hier gebeurd?”. Dat komt als de rust is weergekeerd.

Als ik begin met een sessie begin ik met het neerleggen van een tekenvel, met kleurtjes en kaartjes met leuke plaatjes en verder niets. Ik doe dat om verbinding te maken. Ik hoef niet te weten wat een kind allemaal niet kan, ik wil graag weten wie het kind is en waarom het doet wat het doet. De klacht is niet de ingang, het verhaal achter de klacht is het belangrijkste. Daarom wil ik eerst verbinding met het kind maken voor we überhaupt iets gaan doen. Meestal lukt me dat goed en teken ik zelf soms eerst wat. Bv een emoji of een ster of wat dan ook.

Kinderen leren dat vervelende gevoelens er ook mogen zijn

Belangrijk is het dus om kinderen te leren dat vervelende gevoelens er mogen zijn. Je kunt kinderen dat leren door ernaar te vragen. Als je een kind bijvoorbeeld vraagt: “Had je een goede dag?”, dan krijg je een ja of een nee antwoord en is het gesprek afgelopen. Nog korter kan ook door te vragen: “Hoe was je dag”? “Oh goed”. Je krijgt dan geen informatie en je stimuleert het kind ook niet om na te gaan wat er goed of leuk was of wat er fout ging of vervelend was.

Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen: “Wat was het leukste vandaag?” of “Wat vond je fijn vandaag?” en daarna “Zijn er ook vervelende dingen gebeurd vandaag?” Hierdoor stimuleer je het kind om zich te uiten en na te denken en zich te herinneren wat er zoal is gebeurd.

Vertel zelf als ouder of opvoeder ook over je dag en wat fijne en vervelende momenten waren. Zo leren kinderen dat er leuke en minder leuke of vervelende dingen kunnen gebeuren en dat ze erover mogen praten. Dit zorgt voor verbinding.

Goed voorbeeld doet goed volgen – verkeerd voorbeeld doet verkeerd volgen

We hebben spiegelneuronen en kinderen leren in eerste instantie van hun ouders en hun opvoeders. Daar zijn ze afhankelijk van en daar spiegelen ze zich aan. Als je als ouder huilt omdat je je verdrietig voelt over iets en dit aan je kind vertelt en uitleg geeft over het hoe en waarom, dan leren kinderen dat ze mogen huilen als iets verdrietig is. Als je je als ouder onmachtig of boos voelt over iets en een kind vraagt, “Is er iets mam of pap?” en je zegt “Nee hoor”, dan leren ze ontkennen. Als ouders zeggen als iemand sterft of ernstig ziek is “Wij zijn sterk”, dan leert het kind sterk te zijn in moeilijke situaties. Het is dus belangrijk dat je als ouder naar je eigen manier van omgaan met emoties kijken. Ontken je als ouder je emoties, of vind je het moeilijk emoties te uiten, dan leert je kind dat ook. Verdriet, angst en boosheid hoort bij het leven en je kind leert van jou als ouder hoe daarmee om te gaan.

Door ’s avonds voor het slapen gaan de dag door te lopen leer je kinderen ook herinneringen op te halen.

Het is leuk om ‘s avonds voor het slapen gaan samen met je kind de dag door te lopen. Je kunt dit al doen met peuters en jonge kinderen. Hoe was jouw dag vandaag? Wat heb je gedaan, wat was er leuk vandaag? Waren er ook minder leuke of vervelende dingen? Je kunt beginnen bij de ochtend en dan door de dag gaan of je kunt vanaf het moment dat ze naar bed gaan terugkijken tot aan het moment dat ze wakker werden.

Alle oefeningen die ik aanbied zijn oefeningen die volwassenen voor zichzelf kunnen doen of samen met hun kinderen.


Bij het doorlopen van de dag kun je de volgende oefening gebruiken.

OEFENING: VOOR- ACHTERHOOFD AANRAKING[5] (V.A.A.)

Voor- Achterhoofd Aanraking is een oefening die je kunt doen om van binnen rustig te worden, om te kalmeren. Om weer helder te kunnen denken en alternatieven te bedenken.

Voordelen van de oefening:

  • Op het moment dat ze een stressvolle situatie meemaken kunnen ze deze oefening zelf gebruiken als ze alleen zijn. Voor zichzelf of voor andere kinderen.
  • Door deze oefening leren ze dat ze zelf invloed uit kunnen oefenen op hun emoties.
  • De oefening zorgt er ook voor dat zich de dagelijkse vervelende situaties niet vastzetten in ons lichaam.
  • Voor jezelf als ouder is het sowieso ook fijn om voor het slapen je dag even door te lopen en V.A.A. te doen.

Terwijl je met je kind de dag doorloopt maak je gelijk van de gelegenheid gebruik om ze deze oefening te leren. Als ze deze op een ontspannen manier leren en ervaren dan zullen ze deze makkelijker gebruiken als er stressvolle situaties zijn. Mochten er momenten zijn gedurende de dag die misschien niet zo prettig of vervelend waren dan leren ze zelf hoe je van een naar gevoel weer een rustiger gevoel of fijner gevoel kunt maken. Daarbij verminder je de invloed van dagelijkse spannende of stressvolle momenten.

Bij baby’s en peuters hou jij als volwassene het hoofdje vast. Sommige oudere kinderen vinden het ook wel fijn als jij als ouder hun hoofd vasthoudt voor ze in slaap vallen. Doordat je ze de oefening op een relaxte manier leert is het in stressvolle situaties makkelijker om hun hoofd(je) vast te pakken. Kennen ze de oefening niet dan is het de eerste keer vaak lastig om deze oefening ‘zomaar’ te gebruiken. Zeker bij stress is het dan lastig, omdat troost belangrijk is en het hoofd vasthouden dan niet altijd helpt. Het is afhankelijk van de leeftijd en de situatie. Kennen ze de oefening al dan kun je vragen: “Mag ik nu je hoofd vasthouden?”

Voorbeeld van een leerkracht hoe kinderen de oefening bij elkaar doen

Nadat een leerkracht van groep 2 deze oefening aan zijn groep geleerd had, was er op het schoolplein een kindje gevallen. Een ander kindje ging erbij zitten, deed voor- achterhoofd aanraking bij het kindje dat gevallen was en zei “Adem maar rustig door, het komt goed hoor.”  Hoe mooi is dat.

V.A.A. doe je door één hand op je voorhoofd en één hand op je achterhoofd te leggen en rustig door te ademen. Maakt niet uit welke hand je op het voorhoofd of achterhoofd legt. Wat voor jou het prettigste voelt.

Je kunt deze oefening doen:

1 – Om te kalmeren en even tot jezelf komen bijvoorbeeld als je je opgejaagd voelt of gewoon gestrest omdat je een drukke dag hebt: zoek een rustig plekje en doe V.A.A. Sluit je ogen en adem zo rustig mogelijk door. Doe dit totdat je merkt dat je eigenlijk nergens meer aan denkt en een beetje wegsuft.

2 – Om je voor te bereiden op een spannende situatie of iets waar je tegenop ziet. Doe V.A.A. sluit je ogen en stel je voor dat je gaat doen waar je tegenop ziet. Doe dit met zelfvertrouwen en stel het je voor zoals je graag wil dat het gaat zijn.

3 – Om iets te oefenen wat je goed wilt kunnen zoals lezen of schrijven of sporten of wat dan ook. Doe V.A.A. en stel je de activiteit voor die je graag wilt leren of die je beter wilt kunnen. Soms is het fijn om je voor te stellen dat je dit samen doet met iemand waarvan je weet dat die het al goed kan.

4 – Tijdens angstige en stressvolle situaties doe je in feite hetzelfde als bij a. Houd je hoofd vast en adem rustig door.

V.A.A. en werken met verbeelding (visualisatie) en verandering van kleur of een vorm

Dit kun je als ouder doen op het moment dat je de dag met je kind doorloopt en hij iets vervelends of naars heeft meegemaakt.

Verandering van kleur

Vraag aan je kind: “Waar voel jij nou van binnen je verdriet?” (of boosheid, of angst, afhankelijk van wat ze voelen). Als ze een plek noemen, bijvoorbeeld de buik, dan vraag je: Welke kleur heeft dat gevoel in je buik?” Welke kleur ze ook noemen, alles is goed. Dan vraag je wat ze van de kleur vinden. Als die niet mooi is dan vraag je of ze de kleur willen veranderen in een mooie kleur, Als de kleur al mooi is vraag je of ze er nog een andere mooie kleur bij kunnen verzinnen. Alles is goed, als er maar verandering komt. Als laatste vraag je: “En hoe voelt het nu van binnen?” In bijna alle gevallen is het dan beter, fijner, blijer of ……..

Verandering van vorm

Hierbij doe je hetzelfde. Je vraagt naar de vorm en als ze dat nog niet begrijpen geef je wat voorbeelden. Bijvoorbeeld: “Bij mij voelt mijn angst als een grote steen in mijn maag.” Belangrijk is dat ze dit zelf leren en hiermee ook voor zichzelf kunnen oefenen. Stel het is een steen, vraag dan hoe die steen eruit ziet, welke kleur, rond of rechthoekig of …..  Is het een grote of een kleine steen? Is de steen hard of zacht? Zou je de steen kleiner kunnen maken? Of zachter?

Aan het eind vraag je altijd wat zou je er nu mee willen doen?

De verandering is het belangrijkste!

Ik vraag nooit om de steen weg te doen, de steen heeft of welke vorm dan ook heeft een betekenis (iets negatiefs). Door de vorm te veranderen, verandert ook de betekenis en kan deze minder worden en kan er iets anders (positiefs) voor in de plaats komen.

Kinderen verbinding laten maken met hun gevoelens en hun lichaam

In mijn werk met kinderen vraag ik meestal: “Waar woont verdrietig van binnen?” of “Waar woont boos of alleen van binnen?” en geef dan vaak een voorbeeld van mezelf. Zo komen de kinderen zelf ook met de mooiste voorbeelden.

Om kinderen te helpen om contact met hun gevoel te maken vraag ik wel eens hoe hun babyzusje of -broertje weet dat zij of hij honger heeft. “Nou omdat ze huilen”, zeggen ze dan vaak. Als ik hierop doorvraag hoe hun zusje dat dan weet, komen we uiteindelijk op het gevoel van binnen. “Bedenkt ze dat dan of hoe gaat dat”? “Nee ze kan nog niet denken”. “Nou hoe weet ze dan dat ze honger heeft?” Na ernstig nadenken komt er dan: “Ja, dat voelt ze”.

Last but not least.

Alle volwassenen weten naar mijn idee wel dat als ze zelf druk of gespannen zijn dit zijn weerslag heeft op de kinderen. Dit geldt ook voor ouders, voor leerkrachten in het onderwijs enz. Het dagelijks leven is stressvol en vraagt veel. Reguleer eerst je eigen stress zodat het makkelijker is om kinderen daarbij te helpen.

Het creëren van verbinding met het emotionele niveau van kinderen is essentieel voor hun emotionele ontwikkeling en welzijn. Door kinderen te helpen hun emoties te begrijpen en te uiten, leggen we de basis voor een evenwichtig en veerkrachtig leven. Het is een gezamenlijke inspanning van ouders, opvoeders, leerkrachten en iedereen die met kinderen werkt, om hen te ondersteunen in deze belangrijke leerervaringen.

Bronnen

[1] Bron Daniel Siegel, boekje ‘het hele brein – het hele kind’
[2] Bron IPNB, Instituut voor Interpersoonlijke Neurobiologie – wat stimuleert het hele kinderbrein
[3] Bron Dr. Gabor Maté, online training en meerdere boeken.
[4] Bron boek  “Das Lernhaus-Konzept” Irmtraud Grosse-Lindemann
[5] ESD: Emotional Stress Defusie uit de One Brain Methode

Meer berichten

Op bezoek bij: Alie Relker

Blog

‘Op bezoek bij’ is een initiatief van Per Janssen, waarin mensen iets vertellen over hun leven, passie of visie. Deze keer ging hij op bezoek bij Alie Relker

‘Kindergezichten lezen’ een fascinerende manier om toegang te krijgen tot de belevingswereld van kinderen.

Blog

Kijk eens naar een kinderfoto en vergelijk die eens met een foto van jezelf als puber en als volwassene. Welke veranderingen zie je dan? Is je voorhoofd nog hetzelfde, is het boller of schuiner geworden? Staan je ogen dichter bij elkaar? Zijn er lijnen en rimpeltjes ontstaan? Zijn je lippen voller of dunner? Is je gezicht ronder of juist smaller? Welke veranderingen en verschillen zie je tussen die persoon van nu en het kind en de puber van toen?